De hypospadie is een aangeboren afwijking waarbij het plasgaatje (meatus) zich niet op de top van de penis bevindt. Deze aandoening is relatief zeldzaam en komt ongeveer bij 1 op de 200 jongetjes voor. In sommige families komt deze afwijking vaker voor. Bij één op de drie kinderen komt de afwijking ook voor bij vader, opa, broertjes of neefjes. Tijdens de ontwikkeling van het jongetje in de baarmoeder begint de ontwikkeling van de penis in week 6 van de zwangerschap. Hierbij ontstaat aan de onderzijde van de penis over de gehele lengte een weefselplaat (urethrale plaat). Deze plaat verandert U-vormig en wordt uiteindelijk rond (О). Dit sluitingsproces vindt plaats vanaf het lichaam naar het einde van de penis en is te vergelijken met het sluiten van een rits. Zo ontstaat een buis die uiteindelijk plasbuis (urethra) wordt. Bij verstoring van dit sluitingsproces ontstaat een meatus op een niet normale plaats ofwel een hypospadie. Bij een hypospadie is de voorhuid meestal gespleten aan de kant van de hypospadie. De voorhuid lijkt dan op een capuchon.  

Een hypospadie kan voorkomen van perineaal (gebied tussen anus en scrotum), scrotaal (gebied van de balzak), peniel (penis) tot glandulair (glans betekent eikel). Indeling van de hypospadie vindt plaats naar de locatie van de meatus. Over het algemeen kan gesteld worden dat hoe dichter de meatus zich bij het lichaam bevindt hoe ernstiger de hypospadie is. Omdat een deel van de plasbuis zich niet heeft ontwikkeld ontstaat ter plaatse hiervan een bindweefselstreng (chorda) die een kromstand van de penis veroorzaakt.  Om normaal te kunnen plassen en op latere leeftijd normaal seksueel te kunnen functioneren is correctie van de hypospadie en kromstand, afhankelijk van de ernst, noodzakelijk.  Medisch gezien is het niet altijd noodzakelijk een hypospadie te corrigeren. Met name bij hele lichte vormen van hypospadie, waarbij normaal functioneren kan worden verwacht, kan in overleg met de kinderuroloog besloten worden niet te opereren.  In sommige culturen vindt op jonge leeftijd een besnijdenis of circumcisie plaats. Bij een hypospadie wordt het verrichten van een circumcisie ontraden omdat de voorhuid voor de reconstructie van de hypospadie noodzakelijk kan zijn.


Behandeling

Met een operatie onder algehele narcose kan een hypospadie gecorrigeerd worden. Behandeling vindt bij voorkeur plaats tussen 10 tot 18 maanden na de geboorte. Een bijkomend voordeel van opereren op jonge leeftijd is dat kinderen zich nauwelijks bewust zijn van de operatie en alles wat daar bij komt kijken.  Bij deze ingreep wordt de urethra verlengd zodat de meatus op de tip van de penis komt. Een eventueel aanwezige kromstand wordt direct gecorrigeerd. De operatie techniek die wordt toegepast of plastiek die wordt gecreëerd hangt af van de ernst van de hypospadie. Bij milde vormen van hypospadie, waarbij de meatus zich relatief dicht bij de normale positie bevindt, kan meestal een plasbuis gemaakt worden van omliggende huid. Bij ernstige vormen van hypospadie moet een groter defect moet worden overbrugd. Hierbij kan plasbuis gemaakt worden van wangslijmvlies of binnenbekleding van de voorhuid.

De voorhuid kan soms worden hersteld. Dit kan pas tijdens de ingreep goed beoordeeld worden. Indien er te weinig huid aanwezig is of de voorhuid nodig is voor het maken van een nieuwe plasbuis kan dit niet en zal een besnijdenis worden verricht tijdens de ingreep. Eenvoudige plastieken worden verricht in dagbehandeling. Bij uitgebreidere operaties is, gezien bedrust en wondverzorging, een kortdurende opname noodzakelijk.


Complicaties

Iedere operatie gaat gepaard met kans op complicaties. Het risico op wondinfectie wordt beperkt door steriel te werken en zonodig rondom de operatie antibiotica toe te dienen. Tijdens de operatie wordt de penis kortdurend afgeklemd. Dit beperkt het bloedverlies en zorgt voor goed overzicht tijdens de operatie. De meest voorkomende complicaties zijn het ontstaan van een vernauwing in de plasbuis (strictuur) of een defect in de nieuw gevormde plasbuis (fistel). Door de fistel kan urine lekken. Deze complicaties maken heroperatie, meestal na 3 tot 6 maanden, noodzakelijk. Een heroperatie is ongeveer bij 20% (1 op 5) van de kinderen nodig.

Aanvullende informatie is te lezen in de patiënteninformatie folder Hypospadie van het JBZ.

Afspraak

  • 's-Hertogenbosch: 073-553 6010
  • Boxtel: 0411-656858
  • Zaltbommel: 0418-540027
  • Nieuwkuijk: 073-5532434

telefoon

Volg ons

Volg het Centrum Voor Urologie via Twitter

@CentrumUrologie

twitter