Na de behandeling zal een regelmatige controle op de polikliniek urologie worden afgesproken, doorgaans eens per 3-6 maanden. Controle bestaat uit een vraaggesprek (anamnese), het bepalen van het PSA en zo nodig een lichamelijk onderzoek. Bij een aantal patiënten komt het voor dat er in deze fase toch een uitbreiding of een terugkeer van prostaatkanker wordt geconstateerd. Het is dan van veel factoren afhankelijk wat voor aanvullende behandeling wordt geadviseerd.

Hieronder wordt een aantal mogelijke aanvullende behandelingen besproken:

Hormonale therapie

Indien na een in opzet genezende behandeling zoals een operatie of bestralingstherapie na verloop van tijd toch uitzaaiingen  worden gevonden, dan kan overwogen hormonale therapie te starten. Prostaatkanker activiteit neemt af als de invloed van het (mannelijke geslachts-) hormoon testosteron wordt verminderd. Bij hormoontherapie wordt het testosteron verlaagd of het effect ervan geblokkeerd. Omdat deze behandeling in het gehele lichaam effecten sorteert, wordt het toegepast bij prostaatkanker met uitzaaiingen. Door de hormonale behandeling wordt niet alleen de kanker in de prostaat behandeld, maar ook de plaatsen met uitzaaiingen. Hierdoor kan de ziekte worden teruggedrongen en voor een bepaalde tijd geremd, maar er is geen sprake van volledige genezing. Bij uitwendige bestraling wordt de hormonale behandeling vaak ook gegeven als ondersteuning. Dat is dan maar tijdelijke behandeling: ten minste gedurende 6 maanden, maar meestal gedurende 3 jaar.

Er zijn drie vormen van hormonale therapie. De eerste twee zijn beide gericht op het sterk verlagen van de aanmaak van het testosteron:

  1. Door het verwijderen van de (inhoud) van de zaadballen wordt de hoeveelheid testosteron zeer sterk verlaagd. Hoewel castratie in medisch opzicht geen grote operatie is, kan deze ingreep in emotionele zin toch heel wat van een man vergen.
  2. Door een medicijn toe te dienen dat in de hypofyse de afgifte van het hormoon LH remt, waardoor de zaadbal het signaal krijgt te stoppen met het maken van testosteron. De hypofyse is een klier midden in het hoofd. Deze remmende medicijnen staan bekend als de LHRH agonisten en worden doorgaans met een injectie die drie of zes maanden lang werkt toegediend. De volgend middelen zijn hiervan voorbeelden: Zoladex, Lucrin, Eligard, Suprefact.
  3. Door een medicijn toe te dienen dat ervoor zorgt dat het testosteron geen contact meer maakt met de prostaatkankercellen (maar ook niet met andere zogenaamde doelorganen). Dize middelen, die in tabletvorm beschikbaar zijn, noemen we de anti-androgenen. De volgend middelen zijn hiervan voorbeelden: Casodex, Drogenil, Androcur

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Regelmatig voorkomende bijwerkingen van hormoontherapie kunnen zijn:

  • opvliegers
  • vermoeidheid
  • verminderde zin in seks (verminderd libido)
  • gewichtstoename
  • erectiestoornissen
  • borstvorming, pijnlijke tepels,
  • afname van spierweefsel, toename van vetweefsel
  • botontkalking

Hier vindt u de link naar de patientenfolder van het Jeroen Bosch Ziekenhuis over hormoontherapie bij prostaatkanker.

Chemotherapie

Indien hormonale therapie na verloop van tijd onvoldoende effect sorteert en er ook klachten ontstaan die aan een uitbereiding van de hoeveelheid prostaatkanker gerelateerd kunnen worden, dan kan overwogen worden om chemotherapie in te zetten. Chemotherapie wordt bij prostaatkankerpatiënten overigens weinig frequent gegeven, maar sinds enkele jaren worden redelijk bemoedigende resultaten gezien in het terugdringen van prostaatkanker (dus niet genezen) met het gebruik van het middel docetaxel. Dit middel kent zeker forse neveneffecten, maar wordt in de regel, bij patiënten in een redelijk goede conditie zijn, goed verdragen.

Afspraak

  • 's-Hertogenbosch: 073-553 6010
  • Boxtel: 0411-656858
  • Zaltbommel: 0418-540027
  • Nieuwkuijk: 073-5532434

telefoon

Volg ons

Volg het Centrum Voor Urologie via Twitter

@CentrumUrologie

twitter