Operatieve behandeling

De eerste stap in de behandeling van zaadbalkanker is doorgaans een kleine operatie waarbij via een snede in de lies de zaadbal met zijn bijbehorende bloed-en lymfevaten uit de balzak wordt verwijderd. Het verwijderde weefsel wordt door een patholoog-anatoom onderzocht om vast te stellen of de diagnose kanker wordt bevestigd en om vast te stellen wat voor type zaadbalkanker het is.

Vlak voor of na de operatie wordt ook een CT-scan verricht van de borst-en buikholte om na te gaan of er uitzaaiingen bestaan. De meest voorkomende uitzaaiingen zijn gelegen in de lymfeklieren die ter hoogte van de nieren net voor de wervelkolom liggen. Maar ook in organen als longen en lever komen weleens uitzaaiingen voor.

Als de uitslagen van het weefselonderzoek en de CT scan bekend zijn, kan duidelijkheid gegeven worden over de stadium van de ziekte op dat moment.

 

Seminoom

Als er geen uitzaaiingen geconstateerd zijn, kan toch een aanvullende behandeling voorgesteld worden met radiotherapie van de lymfeklieren achter de buikholte: dat klinkt gek, maar komt voort uit de kennis dat bij 10-20% van de mannen in dit stadium later toch uitzaaiingen in die lymfeklieren blijken te bestaan. Door deze al voordat ze zichtbaar zijn, te bestralen wordt vaker een volledige genezing bereikt. Het seminoomweefsel is gebleken zeer gevoelig te zijn voor radiotherapie. In 2008 is het advies om te bestralen iets afgezwakt: ook zeer naukeurig en frequent de patient controleren om, zodra uitzaaiingen zichtbaar worden, alsnog te bestralen, is een eveneens veilige benadering.

Bij kleine uitzaaiingen in deze lymfeklieren wordt ook radiotherapie voorgesteld. Bij uitgebreidere uitzaaiingen wordt chemotherapie aangeboden. Ook in dergelijke situaties wordt vaak genezing van deze ziekte bereikt.

 

Niet-seminoom

Als er geen uitzaaiingen zijn wordt voorgesteld een nauwkeurig regime van controles uit te voeren. Weliswaar komt bij 30% van de patiënten een uitzaaiing aan het licht, in tegenstelling tot bij de seminomen is alvast een radiotherapeutische nabehandeling geven niet zo zinvol, omdat een deel van de kankercellen minder gevoelig is voor deze behandeling. Daarom worden de patiënten die dit betreft zo vroeg mogelijk opgespoord om dan snel met chemotherapie te kunnen worden behandeld.

Als er wel uitzaaiingen worden geconstateerd wordt snel begonnen met chemotherapie.

Na chemotherapie komt het voor dat de uitzaaiinggezwellen weliswaar kleiner zijn geworden maar niet volledig verdwenen zijn. Dan wordt met een operatie het resterende weefsel verwijderd om na te gaan of er toch nog levend kankerweefsel in zat. Als dat het geval is, dan kan dat een reden zijn om verder te behandelen met chemotherapie.

Afspraak

  • 's-Hertogenbosch: 073-553 6010
  • Boxtel: 0411-656858
  • Zaltbommel: 0418-540027
  • Nieuwkuijk: 073-5532434

telefoon

Volg ons

Volg het Centrum Voor Urologie via Twitter

@CentrumUrologie

twitter